Schriftelijke vragen VVD over AVRI

  1. Home
  2. Onze vragen
  3. Schriftelijke vragen VVD over AVRI

Op 8 januari 2021 zijn door het lid van uw raad N.J. Hooijmans, namens de fractie van de VVD, op grond van het Reglement van orde voor de raad aan ons college vragen gesteld over de bestuurlijke afspraken betreffende de overdracht van de stortplaats van AVRI na ar
provincie. De antwoorden treft u hieronder aan.

Vraag 1a
Wat is de rol van de gemeenteraden in dit besluit? Waar gaan zij officieel over en hoe wordt dat geborgd in het toekomstige proces?

Antwoord
De gemeenteraden hebben geen rol in dit besluit. Het is een eenzijdig besluit van Gedeputeerde Staten om een definitieve datum van overdracht pas over 10 jaar vast te stellen. Vanuit de gemeenschappelijke regeling ligt het mandaat hiervoor bij het algemeen bestuur van Avri. In dit bestuur is het college van Burgemeester en wethouders vertegenwoordigd door de wethouder. Bij vraagstukken die een verhoging van de begroting van Avri veroorzaken worden de raden gevraagd hier een zienswijze op in te dienen. Deze wordt dan ingebracht bij het algemeen bestuur van Avri.

Vraag 1b
Wat zijn de argumenten om de opties a t/m e af te wijzen? Zij staan niet genoemd in de statenbrief. We horen graag de argumenten per optie.

De volgende mogelijkheden zijn onderzocht:
a. Uitstel van overdracht van de stortplaats met 75-150 jaar
b. Uitstel van overdracht van de stortplaats met 20-25 jaar
c. Geen uitstel van overdracht en een negatief eigen vermogen van AVRI
d. Geen uitstel van overdracht en een lening van de gemeenten
e. Geen uitstel van overdracht en het opnemen van een voorziening in 2020
f. Uitstel van overdracht voor onbepaalde tijd, waarbij over 10 jaar (in 2031) de provincie zal

Antwoord
In deze brief is aangegeven dat deze opties, nader beschouwd, niet opportuun zijn of weinig soelaas bieden. Meer specifiek kan worden vastgesteld dat de voorkeursoptie van Avri, gemeenten (a) en provincie (e) te ver bestuurlijk uit elkaar lagen; dat de opties b, c, d weinig tot geen financiële verlichting zou bieden (en dus niet voldeed aan de opdracht van PS aan GS). Dat optie F daarmee de meeste ruimte bood, zowel bestuurlijk als financieel, om een substantieel financiële verlichting in het huidige en komende begrotingsjaar te bewerkstelligen.

Vraag 2a
Wat zijn de nadelige gevolgen van het uitstel? Kunt u deze nadelen puntsgewijs uitwerken? Hoe kan de raad nog invloed hebben op de gevolgen?

Antwoord
Het belangrijkste nadeel is dat het beheer van de stortplaats, inclusief operationele risico’s, bij Avri blijft de komende jaren. Daarnaast blijft het risico bestaan dat de rekenrente nog verder daalt, waardoor bij de overdracht van de stortplaats uiteindelijke wellicht meer moet worden betaald dan de becijferde € 10 miljoen.

X